- De eerste fase wordt zichtbaar in de Thessalonicenzenbrieven (51/52), waarin de stijl nog zeer eenvoudig is, zonder diatriben (=retorisch betoog) en hymnisch-liturgische taalkenmerken, zonder ook het voor Paulus later zo kenmerkende probleem van de rechtvaardiging in de anti-joodse polemiek. Wij ontmoeten in deze brieven de eenvoudige kern van het Handelingen-kerugma: de opstanding van Jezus en Zijn terugkomst in heerlijkheid om aan de gelovigen het eeuwige heil te brengen.
- In de tweede fase is het klimaat heel anders, wellicht ook door de teleurstelling over de uitgestelde parousie. Het ademt polemiek en confrontatie en daardoor toespitsing op de kern van de boodschap der rechtvaardiging van de goddeloze. Wij bevinden ons dan in de Galaten- en Romeinenbrief. De oorzaak van de verscherping moet daar in de eerste plaats gezocht worden in de bestrijding van de Judaïsten.
- De derde fase in de ontwikkeling van Paulus kunnen we onderscheiden in de beide brieven aan de Korinthiërs. Niet qua chronologie, want de Korinthebrieven kunnen in dezelfde tijd gedateerd worden als de Galaten- en Romeinenbrief (1 Kor 53/54, toen Paulus in Efeze was; Galaten en 2 Kor., toen hij in Macedonië was; Romeinen begin 56, toen de apostel in Korinthe was; aldus W.K.Grossouw in zijn "Brief van Paulus aan de Galaten"). Maar wat betreft de theologische toespitsing en de schrijfstijl (veel diatriben) wijken zij af. Waren de Galaten- en Romeinenbrief sterk antijudaïstisch getint, in de brieven aan Korinthe voert een antihellenistische tendens de boventoon, overeenkomstig de problemen van gnostische wijsheid en libertinisme, die in deze brieven aan de orde zijn.
- Tenslotte kunnen we de laatste en belangrijkste ontwikkeling bij Paulus zien in zijn gevangenschapbrieven: Kolossenzen en Ehpesiërs 61/62. Het front, waartegen Paulus zich hier keert, is de gnosis. De typisch Joodse thema's zijn op de achtergrond geraakt en hebben plaats gemaakt voor de idee van het mysterie, het eeuwige en verborgen raadsbesluit van God omtrent Christus en de Kerk. Paulus neemt in deze brieven duidelijk de taal van de tegenstanders over om zich tegenover hen verstaanbaar te maken. Maar de vraag blijft: is hij daardoor ook zelf op bepaalde punten anders gaan denken? Heeft hij een ontwikkeling doorgemaakt? Misschien van futurische naar "gerealiseerde" eschatologie? Zoals bekend, ademen beide laatste brieven een eschatologische geest, die sterk op het heden, het reeds, de voltooiing in presentie, gericht is. Wellicht heeft de bestrijding van de verschillende haeretische systemen, aangeduid in de vier op elkaar volgende stadia, zijn theologie tot ontwikkeling gebracht. Wel moet ontwikkeling dan niet verstaan worden als "evolutie", een gang van minder naar meer, van lager naar hoger, van een aards geloofsleven tot een hemelse verrukking in het mysterie. Zeker wordt Paulus door zijn tegenstanders geprikkeld met zijn geloof eens flink uit te pakken en het actueel te maken. Maar dat hoeft toch geen verandering in zijn theologische denken te betekenen, wel verdieping en verscherping. Al is de toepassing van "zijn" Evangelie situatiegebonden, dat hoeft nog geen aanleiding geweest te zijn tot een ontwikkeling in de zin van een verandering in zijn denken. De kern van zijn kerugma, zoals hem dat bij zijn roeping voor ogen was gekomen, kan dezelfde gebleven zijn, en zo zal later blijken is ook hetzelfde gebleven. Reeds eerder is aangetoond, hoe sterk de beleving van het Damascus-wonder in het leven van de Farizeeër Paulus moet hebben ingegrepen. Het stempel, wat toen op zijn leven is gedrukt, zal zijn denken blijvend, voor de gehele duur van zijn leven, bepaald hebben.
Waar blijft de tijd XXVIII - Ontwikkeling in de Paulinische tijdsbeleving
Heeft het denken van de apostel zich ontwikkeld? Meestal wordt deze vraag niet gesteld, omdat de Paulinische boodschap, vervat in zijn brieven, als een afgesloten geheel in de zin va een uniform gedachtestelsel wordt weergegeven.
Heeft het denken van de apostel zich ontwikkeld? Meestal wordt deze vraag niet gesteld, omdat de Paulinische boodschap, vervat in zijn brieven, als een afgesloten geheel in de zin va een uniform gedachtestelsel wordt weergegeven. Daar ligt bepaald iets onlogisch in. Immers de ervaringen, die Paulus heeft opgedaan in zijn "roeping" en daarna in de onvervuld gebleven parousieverwachting, maar vooral ook in zijn turbulente levensloop, zullen hem in zijn denken niet onberoerd gelaten hebben. Integendeel, de verschillend situaties, waarin hij kwam te verkeren, en de vragen die daarin op hem afkwamen, moeten hem tot nadenken genoopt hebben over verschillende kwesties, die hij zich tevoren niet gerealiseerd kan hebben. Hoe hij met deze problemen klaar kwam, laten ons de brieven zien: niet in een geordend vastomlijnd systematisch gedachtesysteem, maar casualistisch, van geval tot geval, zoekend naar antwoorden vanuit zijn Christocentrische geloofsinstelling. Vanuit de omvang van zijn correspondentie, die gedeeltelijk bewaard gebleven is, en het ruime tijdsbestek van 15 jaar of iets meer, binnen welke deze ontstaan moet zijn, laat zich op geheel legitieme wijze de vraag naar een ontwikkeling in het Paulinische denken stellen, te meer, als men bedenkt hoe Paulus in zijn woelige denken onder velerlei invloed heeft gestaan en zich dikwijls mede door de verdediging van zijn kerugma op verschillende punten nader heeft moeten bezinnen. Zo kan gesteld worden, dat een evolutie in Paulus' denken zeker niet tot de onmogelijkheden behoort.
Zo heeft Grossouw (W.K.Grossouw, Die Entwicklung der Paulinischen Theologie in ihren Hauptlinien) de Paulinische brieven op een mogelijke ontwikkeling van Paulus' denkbeelden getoetst. Hij komt tot een indeling van de daarin weerspiegelde denkwereld in vier fasen: